van-der-waals_240_pixels

Johannes Diderik Van der Waals
(23 nov 1837 – 8 mrt 1923)

Hendrik Antoon Lorentz
(18 jul 1853- 4 feb 1928)

willem-einthoven_240_pixels

Willem Einthoven
(21 mei 1860 – 28 sep 1927)

zernike_240_pixels

Frederik (Frits) Zernike
(16 jul 1888 – 10 maart 1966)

Sprekers van naam en faam

Van de 19 Nederlandse Nobelprijswinnaars tot nu toe waren er 10 te gast  in Diligentia. Sommigen van hen spraken zelfs meer dan eens voor de Maatschappij. Enkele lezingen zijn hier in te zien (weergave van de originele tekst in de spelling van destijds):
- lezing Van der Waals in 1875
- lezing Lorentz in 1890
- lezing Einthoven in 1895
- lezing Zernike in 1949

 

De ontstaansgeschiedenis

In september 1793 werd in Den Haag het Gezelschap ter beoefening der proef-ondervindelijke wijsbegeerte opgericht door mr. F.G. Alsche, mr. P. van Buren, A. van der Laar, A. Laurillard dit Fallot en dr. J. Covyn Terbruggen. Dit gezelschap had ten doel de leden door middel van voordrachten en demonstraties op de hoogte te brengen van de nieuwste vorderingen van de natuurwetenschappen in de ruimste zin des woords. In die tijd was het begrip natuurwetenschappen veel breder dan tegenwoordig en omvatte vakgebieden als scheikunde, geneeskunde, biologie, sterrenkunde en aardrijkskunde.
Het aantal leden van het gezelschap was aanvankelijk beperkt tot 20, maar werd al snel verhoogd tot 40 en daarna werd besloten het aantal afhankelijk te maken van de beschikbare vergaderruimte. In de eerste jaren werden de lezingen gehouden door de leden zelf.
Bovendien beschikte de Maatschappij toen over een bibliotheek, een verzameling van natuurwetenschappelijke instrumenten en een "Kabinet van Natuurlijke Historiën" met o.a. schelpen, mineralen en fossielen.

Aanvankelijk vergaderde het gezelschap ten huize van de voorzitter, maar al spoedig nam het ledental zo sterk toe, dat naar een ruimere lokaliteit moest worden omgezien. Men vergaderde enige tijd in de zalen van de Nieuwe Doelen (waar thans het Haags Historisch Museum is gevestigd), maar omdat de huur hoog was, besloot het bestuur in 1804 tot aanschaf van een eigen gebouw, "een huis in het Lange Voorhout Wijk I no. 269, met er benevens nog een huis en eene stallinge en koetshuis, in de Hooge Nieuwstraat", voor de somma van 8500 gulden (€3850). Het pand dateerde uit 1561 en behoorde tot de boedel van wijlen de Weduwe De Perponcher.
In 1805, na de eerste vergadering in het nieuwe gebouw, werd door het bestuur een nieuwe naam voor de vereniging voorgesteld: Maatschappij voor natuur- en letterkunde, ten zinspreuk voerende: Diligentia in Den Hage.

De natuurkundige vereniging heeft zijn naam gegeven aan het gebouw, dat bij vele Hagenaars hoofdzakelijk bekend is als centrum voor muziek en kleinkunst. Het oorspronkelijke embleem "Diligentia" van de Maatschappij, omgeven door een krans van klimop en laurierbladeren, is nog steeds aanwezig in de gevel van het gebouw. In 1859 werd de naam veranderd in Maatschappij voor Natuurkunde. In 1953 werd, ter gelegenheid van het 160-jarig bestaan van de Maatschappij, het predicaat Koninklijk verkregen. Toen werd tevens aan de Maatschappij de zilveren penning van bijzondere verdiensten van de Gemeente 's Gravenhage toegekend, als blijk van grote waardering voor het vele en belangrijke werk op natuurwetenschappelijk gebied, dat door de leden van de Maatschappij in de voorgaande 160 jaar is verricht.
Ter gelegenheid van dat 160 jarige bestaan werd een beknopt boekje uitgegeven van de geschiedenis: Den Haag en de Natuurwetenschappen

De eerste lezingen

Op 11 oktober 1793 werd de eerste spreekbeurt gehouden door mr. F.G. Alsche, een van de vier
oprichters van het Gezelschap. De titel van zijn voordracht was: "Dat de beoefening van nuttige
wetenschappen, vooral de wijsbegeerte, onder welke takken de natuurkunde de voorrang verdient,
den mensch boven zijne natuurgenoten doet uitmunten".
In de beginperiode telde het Gezelschap zes werkende leden en in het eerste "saizoen" hielden drie
van hen 13 spreekbeurten en het volgende jaar gaven vijf werkende leden hetzelfde aantal
voordrachten. Daar in 1796 er maar drie werkende leden waren, was het bestuur genoodzaakt
"zich te bedienen van de hulp van vreemde bekwaame personen, niet zonder merkelijke
benaadeling der kasse". Op 23 december 1796 werd de eerste lezing door een buitenstaander
gehouden, namelijk de wiskundige Abraham van Bemmelen, lector te Delft, over het "Evenwigt in
de Natuur, door proeven bevestigd"; en hij vervolgt zijn betoog op 27 januari 1797 met "applicatie
de noodige proeven".
In de bestuursvergadering van 3 oktober 1793 werd besloten om de tekst van de voordrachten niet
te bewaren; alleen de titels van de voordrachten bleven bewaard.

Jaarboeken "Natuurkundige Voordrachten"
en "Natuurkundige Voordrachten, Nieuwe Reeks"

De heer P.A. Haaxman Jr., lid van Diligentia, was verslaggever bij het Dagblad van Zuidholland en
's Gravenhage. In 1872 begon hij verslagen te maken van de voordrachten gehouden voor de leden
van Diligentia, die werden gepubliceerd in dit dagblad. In 1873 werden op verzoek van het bestuur van
de Maatschappij en met toestemming van de directie van het dagblad, deze verslagen gebundeld en
uitgegeven door H.C. Susan. Alle leden kregen het Jaarboek en het was ook verkrijgbaar bij de
boekhandel. (Klik hier voor een foto van de voorpagina en het voorwoord van het eerste jaarboek).
Het volgende jaar (1874) begint het voorwoord van de secretaris als volgt: "Het gunstig onthaal, dat
het aangeboden verslag der gehouden verhandelingen over 1872-73 bij de HH leden heeft genoten,
deed het Bestuur van Diligentia besluiten opnieuw tot de uitgave der over het jongst verlopen jaar
gehouden voordragten over te gaan". De heer Haaxman begint zijn "Voorberigt" dan met "Niet zonder
schroom bezorgde ik het vorig jaar de eerste uitgave der Diligentiaverslagen, niet kunnende
vermoeden, dat mijn arbeid het welwillend onthaal zou mogen te beurt vallen, waarvoor ik bij deze
mijne erkentelijkheid betuig". Verder vermeldt hij: "Het was mij dan ook eene welkome aanleiding om
de verslagen over een twaalftal lezingen van de vorigen winter aan eene nauwkeurige herziening te
onderwerpen".
De verslagen werden soms voorzien van commentaar door de schrijver over de indruk die de spreker
had gemaakt en de reacties van de leden. De heer Haaxman heeft gedurende 50 jaren, tot 1922,
meer dan 600 voordrachten "verslaan" en de Jaarboeken geredigeerd. Aan het einde van zijn loopbaan
als "verslaggever van Diligentia" maakte de heer Haaxman een register van de 50 Jaarboeken , o.a.
aanwezig bij het Haags Gemeente-archief. Enige informatie over de heer Haaxman en vier lezingen van Nobelprijswinnaars uit vroeger jaren vindt u op de site www.voordrachtendiligentia.wordpress.com.
Om de publicatie van de Jaarboeken te continueren, werd in 1923 door het bestuur besloten de
sprekers te vragen een verslag van hun voordracht te maken. Deze autoreferaten worden sindsdien
uitgegeven onder de naam Natuurkundige Voordrachten, Nieuwe Reeks. (Klik hier voor nummer 1). Alle jaarboeken van de Nieuwe Reeks zijn tegenwoordig digitaal beschikbaar op de pagina jaarboeken.
Van de eerste lezingen werd een register van de lezingen in een apart boekje gedrukt:
Nieuwe Reeks Lezingen 1-25 en Nieuwe Reeks Lezingen 26-36. De Jaarboeken zijn aanvankelijk verzorgd door N.V. Boekhandel v/h W.P.van Stockum & Zn,'s-Gravenhage, en sinds 1978 door Drukkerij Vis Offset, Alphen aan den Rijn, in 2013 voortgezet door Twigt GrafiMedia, Moordrecht.

Alle leden van de Maatschappij krijgen jaarlijks het Jaarboek toegestuurd. De Koninklijke Bibliotheek
en verschillende universiteitsbibliotheken (Delft, Utrecht en Leiden) krijgen eveneens een exemplaar.
Een volledige verzameling van de Natuurkundige Voordrachten en de Natuurkundige Voordrachten,
Nieuwe Reeks, is aanwezig bij het Haags Gemeentearchief. De manuscripten, die in het eerste
Jaarboek, Nieuwe Reeks, werden gepubliceerd, tonen de diversiteit van de lezingen, die werden
gehouden. Nog steeds wordt bij de keuze van de onderwerpen voor de lezingen gestreefd naar
een breed spectrum van natuurwetenschappelijke thema's.

Culturele activiteiten

De Maatschappij heeft gedurende vele jaren culturele activiteiten georganiseerd. Reeds in 1795 werd een viertal concerten gehouden en de muzikale activiteiten namen een grote vlucht toen in 1821 het nieuwe genootschap Concert in Diligentia werd opgericht. Dit genootschap organiseerde vele concerten per jaar. Dit was een groot succes, zodat reeds in 1823 werd besloten tot een grootscheepse verbouwing van het gebouw. Een tweede verbouwing vond plaats in 1853. Bij deze laatste verbouwing ontstond de huidige grote zaal, die nog steeds bekend staat om zijn uitstekende akoestiek.
In 1985 werd de exploitatie van het gebouw, wat betreft de organisatie van muziek, kleinkunst en andere uitvoeringen, door de Maatschappij overgedragen aan de Stichting Kunstkring Diligentia. Deze Stichting heeft in 1993 het gebouw, waarvan de Maatschappij toen nog eigenaar was, ten dele gerenoveerd.

De naam Diligentia

Oorspronkelijk werd Diligentia geschreven met een accent circonflexe op de a. Dit is nu in onbruik geraakt, maar tot in de 19de eeuw werd de Latijnse ablativus met een circonflex aangeduid. Die ablativus, ook wel de 5de naamval genoemd, drukt o.a. een zg. 'instrumentalis' uit, dus 'het instrument waarmee iets geschiedt'. De beste vertaling van diligentiâ luidt dan ook 'door vlijt' of 'door zorgvuldigheid'

De toevoeging "Koninklijke"

In 1953 werd, ter gelegenheid van het 160-jarig bestaan van de Maatschappij, het predicaat Koninklijk verkregen.
Er bestaat een jarenlange traditie in relatie tot het Koninklijk Huis. Sedert Koning Willem I hebben alle regerende vorsten en vorstinnen de functie van beschermheer, resp. beschermvrouwe, aanvaard en vele prinsen en prinsessen zijn erelid geweest. In 1843 vierde de Maatschappij zijn vijftigjarig bestaan in aanwezigheid van Koning Willem II en de Prins van Oranje. In 1859 aanvaardde Koning Willem III het beschermheerschap van de Maatschappij. Vanaf 1913 tot 1934 woonde Koningin Emma verschillende keren een lezing bij en vanaf 1936 trad Koningin Wilhelmina op als beschermvrouwe. Koningin Juliana aanvaardde in 1949 deze functie en Z.K.H. Prins Bernhard was erelid van de Maatschappij.
In 1956 werden H.K.H. Prinses Beatrix en in 1966 Z.K.H. Prins Claus ereleden van Diligentia. In 1980 aanvaardde H.M. Koningin Beatrix de functie van beschermvrouwe.
In 1968 waren H.K.H. Prinses Beatrix en Z.K.H. Prins Claus aanwezig bij de lezing van Prof. dr M. Euwe. Deze lezing is te downloaden (evenals vele andere) onder het tabblad "jaarboeken" en ook via "historie - sprekerslijst".
Het 200-jarig bestaan van de Maatschappij in 1993 werd gevierd in aanwezigheid van H.M. Koningin Beatrix.

.